Honingraad

menig mens menigte walst als slaap
dronken door een meer van ik
hoofden vol ogen
blik van wiegendood

knip

gaat er toch ergens een licht aan
het kan kijk kijk rond zoem
vooral voor al

wees waakzaam

op kille dagen waarop niemand wacht
ze komen steeds op afroep nooit op vraag

op hete dagen die iedereen verwenst
doch niemand het zonnebaden laat

wees gerust op lauwe dagen
wordt men het meest gesust

wieg het leven weer tot dans en
stamp uit je hoofd wat menig mens
van leer ooit sprak

alles is al eens beloofd

ont houd dat

alles wat nog moet komen
is reeds van was