ik wil zo graag
je huid ontvellen
woorden schieten door mijn handen
als koppensnellers naar een slagader
het mooiste ligt niet strak geniet
kijk wat loskomt
er is wat afgeleefd
op het als nieuw gelooide laken
teken ik een vers plan
ik laat het drogen
en uitwitten aan een lijndraad
in een grootmoederstuin
spin onderwijl mijn garen
kneed de vezels
breng het aan
het doet dienst
als boei en als baken
gaat over hobbels en dalen
wreven, bedden en nerven
geen plooi geen vouw spaar ik uit
toch heeft nooit iemand meer
recht gesproken
ooit zal een ander het erven
om opnieuw te beginnen
en als braille lezen
jij en ik
het kon