Landtongen

zullen we elkaar in
duiken liefst zwemmen liever
of gaan staan lief
de aanblik gooien we overboord
de grens aan het gezond verstand
waar we over en weer huppelen
als briesjes met kortgeknipte nageltjes
de ene kant blaast koud de andere warm

het water tinkelt

ik droom
van eruditie vervulling en
andere rompslomp jij bent de enige
die weet welke registers er in jou
nachten open gaan

we zijn landtongen die elkaar
als eilanden zien

het moet zonder bootje
dat hangt vast