Meeneemchinees als ontbijt

‘Chocobolletjes of boterhammen?’ vraag ik aan mijn kinderen terwijl buiten de voorlopig voorlaatste dag van de hittegolf inzet zonder de concepten ‘nacht’ en ‘ochtend’ te erkennen.¬†

Ik leg hen de keuze voor zoals zo vaak; een staycation brengt op ontbijtvlak weinig verandering. De verse fruitsla, hoewel nog steeds op het menu, bied ik hen niet meer aan. Ze gaan er toch nooit op in en vragen later op de dag wel spontaan naar een stuk fruit. 

De jongens counteren mijn voorstel meestal met de vraag welke ontbijtgranen ik precies bedoel, de vlokken of de echte bolletjes — Chocos of Pops voor de ingewijden, al kopen we zelden echte Kellogg’s — waarop ik beide dozen uit de kast haal en demonstreer dat het vandaag net hetzelfde aanbod als gisteren betreft. Ik weet niet of ze met opzet twijfelen om mij langer met de dozen te zien schudden of dat ze in hun hoofd de smaak van beide graansoorten denkbeeldig over hun tong laten rollen. 

‘Is er nog Chinees? Ik wil sprietjes,’ declameert de jongste plots. Ik stop terstond met schudden. 

Gisteravond waren we Chinees gaan halen omdat twee vijzen van de nieuwe hoogslaper van diezelfde jongste hun koppigheid pas lang na etenstijd hadden laten varen. Mijn rol was zoals zo vaak bij Ikeaklussen beperkt gebleven tot assisteren wanneer nodig. Ook bij ons zijn zelfbouwpakketten van de Zweedse woongigant voer voor gewapend conflict en verworden k√∂ttbullar vliegensvlug tot fysieke of verbale kogels die net geen gaten in je hoofd slaan. 

Wanneer je zoals ik met twee linkerhanden geboren bent en je hoofd ontploft bij het zien van een bundel tekeningen die voor iemand anders als een helder plannetje geldt, moet je je plaats kennen. Ofschoon ik alles rechts doe — behalve schrijven en mijn mes vasthouden wanneer er geen vork aan te pas komt — zit er in mij geen Handige Harry verstopt. Er is nochtans met menig koevoet geprobeerd, maar Harry zal voor mij altijd de aalvlugge crimineel uit Postbus X blijven.

‘Nu niet. Straks,’ antwoord ik wat strenger om de gedachte uit mijn zoon z’n hoofd te praten.
‘Maar waarom?’
‘Omdat dat niet gaat als ontbijt.’
‘Maar waarom papa?’
‘Ja, waarom eigenlijk?’ mengt de Ikeaqueen zich in de strijd. ‘In Thailand was je de eerste om ’s ochtends rijst te eten,’ zegt ze, doelend op onze huwelijksreis 12 jaar geleden. Ruimdenkendheid neemt inderdaad met de jaren af, zo blijkt. 

Ik herbeleef een stuk uit We Moeten Nog Eens Afspreken, de recentste zaalshow van Bart Cannaerts, waarin de comedian een pleidooi houdt voor het afschaffen van collectief in ons hoofd geprente onnozele regeltjes. Wanneer zijn dochter hem op vakantie vroeg waarom ze later op de namiddag geen tweede ijsje mocht en het automatische antwoord ‘je hebt er vandaag al een gegeten’ volgde, stelde Cannaerts die reactie in vraag. We zeggen zo’n dingen omdat mensen rondom ons en vooral onze ouders het ons ook zeiden. Maar wat maakt het uit, voor die een of twee weken dat je op vakantie bent, dat je dan eens een extra ijsje toestaat? 

‘Ok, het is goed,’ zeg ik en haal het bakje vegetarische bami goreng uit de koelkast. Terwijl ik de rijstnoedels op een bord schep, denk ik aan hoe snel we allemaal regels volgen zonder er echt bij na te denken. Over het waarom, het nut, de consequenties. Voor onszelf, voor elkaar. Ik denk aan hoe we — of toch de meesten onder ons — gedwee de coronaregels naleven, aan de Reuzegommers die hun schachtentemmer blindelings volgden. Omdat het ons wordt opgelegd.

‘Met currysaus?’ vraagt de jongste voor het bord in de microgolf verdwijnt. Die was ook nog over. Ik kwak snel twee eetlepels donkere kerrie op wat witruimte op het bord. Hij heeft zijn slag thuis gehaald. Terwijl de bami rondjes draait, kan ik alleen maar hopen dat het hem zo gaat smaken als de combinatie van choco met olijven die hij onlangs uitgevonden heeft en waar hij elke keer weer van geniet.

Wanneer ik drie minuten later het dampende bord naar het terras breng, zeg ik tegen de oudste dat hij de halve liter melk die hij over zijn kom pops heeft gekieperd naar binnen moet werken. 

Er was dan wel chinees over, voor die melk heeft een koe moeite gedaan.