thuis lag het buitenland bewaard
in een brillendoosje gevuld met vreemde munten
de wereld lag verknipt op papier voor het rapen
in atlassen en wegenkaarten bleven zich handsom
nieuwe delen ontvouwen
zelf raakte ik niet verder dan het handvol
plekken waar ik heen en terug kon fietsen
voor het donker werd en alles
wat zich doorheen de dag had geopenbaard
zich weer liet verpakken in een nevel
van al wel en nog niet
hoe vaak kroop ik niet onder een deken
hopend dat de nacht een wisselkantoor was
voor dromen die morgen uit zouden komen