Ik zit al een half uur naar een virtueel wit blad te staren, nadat ik al weken in m’n hoofd heb gezocht naar wat ik precies wil neerpennen. Ik wil wat schrijven over het voorbije jaar, maar het haakje om de lezer er van de eerste zin in mee te trekken dient zich niet aan.
Misschien is dat wel waarover dit stuk moet gaan: over de dingen niet forceren. Gebeurt het, dan gebeurt het, gebeurt het niet, dan gebeurt het niet. Ik denk aan de woorden van Tom Hanks uit zijn op sociale media regelmatig gedeelde tafelgesprek met andere acteurs: ‘This too shall pass‘. Alles gaat voorbij, zowel de momenten waarop je je slecht voelt als die waarop je je de koning van de wereld waant. Net zoals het ene jaar onherroepelijk plaats moet maken voor het volgende, this too shall pass.
Ik heb een straf 2025 gehad. Straf als in knap, en straf als in godverdomme toch.
Knap, want ik heb (in willekeurige volgorde) grotendeels alleen een reis gemaakt doorheen vijf Europese steden (waarbij ik nietsvermoedend een dode paus zag), een nieuwe dichtbundel gepubliceerd, nieuwe vriendschappen aangeboord, de schaduw van mijn jeugd achter me gelaten en dat moeilijke verhaal in een roman gegoten.
Straf als in godverdomme toch: die roman is er, ondanks meervoudige nationale persaandacht, net als mijn eerste boek, niet in geslaagd om potten te breken – niet in literaire kringen en niet in de verkoop. Ik was de vorige zin begonnen met de woorden ‘ik ben er niet in geslaagd’, maar die heb ik geschrapt: het enige wat ik kon doen is van dat verhaal mijn best mogelijke boek maken met het talent en het zitvlees dat ik heb. De reactie van de wereld, daarover heb ik niets in de pap te brokken. Ook wat de liefde betreft, bleef het windstil en bleven alle potjes netjes op het schap.
Het uitblijven van een grote creatieve doorbraak heeft de laatste periode best wat energie geslurpt en me hoofdbrekens opgeleverd. Conversaties met vrienden gingen de kant op van: ‘wil ik echt wel nog een schrijfmarathon lopen als er nauwelijks toeschouwers zijn?’, daarbij het gehijg van de AI-machinerie in m’n nek voelend die het binnenkort – nu al? – sneller en even goed kan als de meesten onder ons. Het woord is op vele vlakken mijn métier, maar door de tuin raast een bulldozer die ze gratis ende voor niks uitspuwt. Het uitblijven van de liefde zorgde ervoor dat ik heel wat dagen weliswaar aan de buitenkant leuke dingen aan het doen was, maar vanbinnen worstelde om de bulldozer van verlangen en gemis het zwijgen op te leggen.
Het probleem in mijn hoofd is dat beide domeinen – het creatieve en het amoureuze – keihard raken aan de grootste oude pijn in mijn innerlijk systeem: (niet) gezien worden. Dat weet ik best. Wie Wachtkamer gelezen heeft en/of mijn geschiedenis kent, zal dat evenmin verwonderen. Het is telkens een hopen op een externe hefboom om je naar een hoger niveau te tillen: meer van je creativiteit kunnen leven, samen een leven opbouwen.
Veel te lang zat mijn coping om wat aan die pijn te doen in harder werken voor aandacht, voor goedkeurende blikken, voor een arm op een schouder of om er zelf een op een schouder te kunnen leggen. In 2025 was ik daar al grotendeels mee gestopt, in 2026 ben ik vast van plan om op dat elan verder te gaan.
De kleine kanteling die ik hierbij wil maken is ‘neen’ zeggen tegen mijn voortrazend hoofd dat nog te vaak zegt dat er wel een reden zal zijn waarom iets al dan niet voor mij is weggelegd, dat ik en ik alleen daarvoor verantwoordelijk ben en dat ik het toch maar eens zus of zo moet proberen.
Want er is natuurlijk naast dit alles ook de man die ontzettend trots is op zichzelf dat hij wél al twee romans en dichtbundels heeft geschreven, dat er dit jaar twee nieuwe graphic novels zullen verschijnen, dat hij veelvuldig heeft kunnen reizen, wijnen en knabbelen, dat hij zijn zonen goed bevadert en dat de warmteuitwisseling tussen hun drietjes meer dan snor zit.
De kerstvakantie heb ik daarom alvast bewust gebruikt voor verstilling en om op mezelf terug te plooien. In mezelf te aarden en meer vanuit mijn lichaam te vertrekken. Wat wil of voel ik nu, op dit moment, zonder dat er ergens een moeten of een hoop of een verwachting of een plan aan kleeft? Dat heeft op z’n minst al een sprankel rust gebracht.
Welke kleine kanteling wil jij in 2026 realiseren?