de wereld staat in brand
en we hebben het nog nooit zo goed gehad
geen enkele oorlogshaard raakt ontbrand
de weergoden doen er elke zomer een schepje bij
samen zetten we de verwoestijning door
daar in het zand
maakt elk wormpje trammelant
links en rechts en ook in ‘t midden
duikt men bij elke vonk
in de loopgraaf van ‘t verweer
de wereld staat in brand
en we hebben het nog nooit zo goed gehad
in keukens van het eigen gelijk
zwaaien vermoeide koks de plak
gooien bewust roet in het eten
behoud is het nieuwe al
vergeet men dat niemand zijn wortels
zomaar achterlaat
de wereld staat in brand
en we hebben het nog
nooit zo goed gehad
we besteden wetensloos ons denken uit
algoritmes eten uit onze hand
krijt, letters, bindweefsel
ingrediƫnten van een beschimmeld brood
geen mens die weet tot welke god best te bidden
voor vermaak, doorbraak of beschutting
om welk verweesd manifest te vragen
iedereen wil napels zien
en zo laat mogelijk sterven
om dan alsnog op de brug
naar beloofde landen te stranden
de wereld staat in brand
en we hebben het
nog nooit zo goed
gehad
de aarde is nooit wat anders
dan een inloophuis geweest