Mens/Tijd

de tijd duurt een mens de herinnering geen eeuwigheid

toch zit ze in ons hart noch in de spier of de kamers maar 
in ons in onze tussen uw en mijn tussen u en mij u mij
in mijn mij gebeiteld ingekaderd tot het onbewaakt moment dat
de tijd ze

weg was ‘t 

over u uit mij mij uit u u uit u mij uit mij
zonder druppel zonder spoor en zo gaat het altijd maar door 
in ons in u mij in uw mijn in mijn mij mijn mens menstijd 
gedwongen onbezonnen gewonnen verloren altijd
tijdsmens

dat ben ik